‘Redelijke vergoeding’ zonnepanelen wordt 80% van leveringstarief

2020-03-31T17:24:46+00:00 2020/03/31|

De ‘redelijke vergoeding’, die in de plaats komt van de huidige salderingsregeling voor zonnepanelen, bedraagt 80 procent van het leveringstarief. Dat heeft minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat maandag in een brief aan de Tweede Kamer laten weten. De terugverdientijd loopt op naar negen jaar.

De geplande afschaffing van de salderingsregeling voor zonnepanel werd met protest ontvangen en is daarom drie jaar uitgesteld van 2020 naar 2023. Minister Wiebes wil nu de ‘redelijke vergoeding’ vastleggen met een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) als de wetswijziging is aangenomen waarmee het salderen wordt afgeschaft. “Het is mijn voornemen om het wettelijk minimum vast te stellen op 80 procent van het leveringstarief dat kleinverbruikers hebben afgesproken met hun energieleverancier, exclusief belastingen”, aldus Wiebes.

Saldering

Belastingen en heffingen vormen een groot deel van de energierekening. In de huidige salderingsregeling mag opgewekte energie uit eigen zonnepanelen op jaarbasis worden weggestreept tegen verbruikte energie en daarmee vervalt ook de plicht om belasting of opslag te betalen. Dat is een heel aantrekkelijke regeling voor mensen met zonnepanelen. Maar tegelijkertijd is het een vrij dure regeling voor de overheid. Daarom wordt in 2023 (geleidelijk) overgestapt naar een systeem waarin iemand een vergoeding ontvangt voor geleverde zonnestroom. Mensen betalen overigens geen belasting of vergoeding voor zelf geproduceerde elektriciteit die direct achter de voordeur wordt verbruikt.

Op termijn is het de bedoeling dat consumenten de terugleververgoeding laten meewegen in hun keus voor een leverancier. De wettelijke maatregel van een minimumvergoeding is bedoeld om partijen tijd te gunnen om contracten te bedenken en de markten voor stroomprijzen en voor zonnepanelen te behoeden voor al te grote schokeffecten.

TNO-onderzoek terugverdientijd

TNO heeft berekend wat de hervorming van de regeling betekent voor de terugverdientijd. Wiebes heeft altijd gesteld dat die op gemiddeld zeven jaar zou uitkomen. Dat blijkt toch niet zo te zijn. De salderingsregeling wordt geleidelijk afgebouwd. Jaar na jaar mogen zonnepaneeleigenaren een steeds kleiner deel van de eigen opwek salderen, totdat in 2031 die saldering op nul staat.

Tegelijkertijd laat het model van TNO zien dat de terugverdientijd oploopt tot gemiddeld negen jaar. Die berekening is gebaseerd op tien zonnepanelen onder relatief gunstige omstandigheden, waarbij ongeveer 30 procent van de opwek zelf wordt verbruikt. Wiebes denkt dat dit een acceptabele periode is voor consumenten. Voor utiliteiten met een verbruik tot 50 MWh zijn de terugverdientijden vergelijkbaar. Voor utiliteiten met een groter verbruik liggen de belastingtarieven voor elektriciteit dusdanig laag dat zonnepanelen niet snel rendabel zijn.

In het onderzoek van TNO is niet gekeken naar de terugverdientijd in constructies waarbij een andere partij de panelen op het dak legt, dan degene die gebruik maakt van de opgewekte elektriciteit.

Bron: Energeia